JOLANDA BEKKER

Als het erom gaat een probleem als een avontuur te zien, ben ik onverbeterlijk...Jolanda Bekker

 

Jolanda Bekker (44) is coördinator van de Werkgroep Integratie Gehandicapten (WIG) in Nijmegen.

Ik ben opgeleid als onderwijzeres. Ik heb eerst in Nederland vijf jaar in het onderwijs gewerkt en ben toen - samen met mijn man - naar Afrika gegaan namens de Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV). Ik heb alles bij elkaar zeven jaar in Afrika gewerkt. Eerst in Ruanda in een onderwijsgerelateerde baan, vervolgens in projecten voor vrouwenparticipatie. Daarna ging ik naar Kameroen. Tussendoor heb ik nog wat missies gedaan in Bourkina en in een aantal andere Afrikaanse landen.

In 1992 zijn we, met twee zoons inmiddels, teruggekeerd naar Nederland. Het zou voor een korte periode zijn. Onze jongste zoon had oorproblemen en sprak slecht: we wilden hem laten onderzoeken en we wilden hem goed Nederlands laten leren. Ook ik had klachten. Een jaar na terugkomst werd reuma bij mij geconstateerd en het jaar daarop diabetes. We vonden het toen niet handig om terug naar Afrika te gaan.

Leerpunten

Ik ging aan het werk als opbouwwerker in de Haagse Schilderswijk. Dat heb ik vier jaar met plezier gedaan. Toen begonnen de gevolgen van mijn ziektes op de voorgrond te treden. Bij mijn eerste ziekte was de werkgever nog erg ondersteunend. Toen ik suikerziekte kreeg, zat de stichting net in een reorganisatie- en privatiseringstraject en werd ik ineens 'een werknemer met een vlekje'. Dat was een harde confrontatie. Hoorde ik eerst niet anders dan dat ik goed functioneerde, toen legden ze me ineens een soort wurgcontract voor. Eerst had ik een eigen aandachtsgebied, waarbinnen ik verschillende projecten uitvoerde. Plotseling wilde men dat ik in verschillende wijken ging werken. Bij suikerziekte is juist regelmaat heel belangrijk. Werken in de wijken was fysiek veel zwaarder en op dat moment voor mij nauwelijks te realiseren. Ik nam de volgende dag ontslag. De dag erna belde er een woningbouwvereniging met de vraag of ik bij hen in dienst wilde komen om een project af te ronden dat ik al samen met hen uitvoerde. Dat deed ik. Toen het project af was, had ik zo'n bittere nasmaak van het opbouwwerk, dat ik een tijdje teruggegaan ben naar het onderwijs. Deze keer werkte ik met kleuters.

Als je een chronische ziekte hebt, stuit je op leerpunten. Hoe ga je ermee om? Vertel je het anderen? Wanneer en hoe? Wat zijn de gevolgen? Ik vond dat men mij vanwege mijn kwaliteiten moest aannemen. En dat ik - samen met de behandelend artsen en de bedrijfsarts - degene was die de consequenties voor mijn werksituatie moest inschatten. Op die school heb ik niets over mijn ziektes gezegd. Achteraf was dat niet slim. Als je voor de klas onderuit gaat vanwege je suiker, dan is dat niet alleen voor de kinderen niet leuk, maar ook niet voor de collega's.

Te veel

Ons oorspronkelijke plan was om terug te gaan naar Afrika. Door mijn ziektes kwam daar niets meer van. We zijn gevraagd om een aantal maanden in een rehabilitatieproject in Ruanda te komen werken. Ik zou naar een vluchtelingenkamp in Tanzania gaan om er onderwijs voor kinderen op te zetten.

Een paar weken voor ik zou vertrekken, is dat kamp aangevallen door het Tanzaniaanse leger en ben ik dus niet gegaan. Mijn man is voor vijf maanden naar het midden van Ruanda gegaan om projecten voor huizenbouw op te zetten.

Inmiddels waren we van Den Haag naar het oosten van het land verhuisd. In die periode ging het met mijn gezondheid niet goed. Mijn diabetes was moeilijk in te stellen door de reuma-infecties en ik moest mijn reumamedicatie bijstellen. Ik zorgde alleen voor mijn kinderen, had een vrij drukke baan in het speciaal onderwijs - op een tijdelijk contract - en ik vond dat ik dat allemaal gewoon moest kunnen. In combinatie met alle emoties vanwege mijn man in Ruanda werd het me allemaal teveel. Als je suikerziekte hebt, raak je bij stress gemakkelijk in een neerwaartse spiraal van slechte diabetesinstelling, infecties en overbelasting. Toen heb ik echt de vervelendste ervaring gehad in relatie tot werk. Het was een zware baan, maar ik functioneerde redelijk. Het was een baan voor twaalf uur, maar binnen de kortste keren werkte ik meer dan het dubbele. Ik heb de werkgever direct na mijn aanstelling op de hoogte gebracht van mijn ziektes. Daarvoor had ik wel met de bedrijfsarts overlegd. De reactie was afwijzend: als ze het hadden geweten, hadden ze mij niet aangenomen. Een vorige werknemer met suikerziekte was vaak uitgevallen en daar zaten ze nu net niet op de wachten. In augustus had ik nog een functioneringsgesprek, waarin mijn werkpunten en de ontwikkelingen binnen de organisatie aan bod kwamen. Dat gesprek was overwegend positief. Vervolgens werd ik ziek, duidelijk was dat het een paar weken zou duren. Ik had mezelf op alle fronten uitgeput. In november kreeg een beoordelingsgesprek. Ineens waren er voor mij geen ontwikkelingsmogelijkheden meer in het werk. Per januari was ik die baan kwijt. Voor mij was het duidelijk dat dat met mijn ziekte te maken had. Je kunt het niet bewijzen, ze kunnen gewoon besluiten het contract niet te verlengen. Ik heb toen een enorme dreun gehad, voelde me aangetast in mijn zijn. Je weet dat je over je grenzen gegaan bent, dat doe je jezelf aan. Maar vervolgens word je er nog eens extra op afgerekend. Die ziektes hebben niets met mijn functioneren te maken. Het heeft even tijd nodig gehad om dat een plek te geven. Ik ben niet meer teruggegaan, ik dacht: bekijk het zeg. Gelukkig kwam mijn man terug.

Verbazing

Na vier maanden stond ik wat steviger in mijn schoenen. Ik realiseerde me dat ik - omdat ik zo gemakkelijk over mijn grenzen ga - voorzichtiger moest zijn in een nieuwe baan. Ik heb contact opgenomen met de Arbo-arts en tegen de bedrijfsvereniging gezegd dat ik weer aan het werk wilde en me onder begeleiding wilde oriënteren. Ze vielen zowat van hun stoel van verbazing. Ze wilden eerst naar mijn belastbaarheid kijken. Ik was toch helemaal uitgevallen? Ik ging akkoord, hoorde maanden niets en kwam toen bij de arbeidsdeskundige. 'U zit in de WAO,' zei die. Ik dacht: 'Pardon?' Ik had nog geen formulier of brief gezien. 'Volgens mij gaat er iets helemaal niet goed,' was mijn reactie.

Pas een jaar na mijn ziekte-uitval zag ik een bedrijfsarts. Ondertussen had ik een uitkering krachtens de Ziektewet. Er klopte allemaal niets van. Over mijn eerste keuring hebben ze een half jaar gedaan. Toen de uitslag bekend was, zat ik inmiddels twee jaar in de WAO, dus hebben ze dat toen maar meteen een herkeuring genoemd. Toen kreeg ik ineens een brief waarin stond dat ik twintigduizend gulden moest terugbetalen. Dan weer een brief waarin stond dat dat bedrag uitgekeerd was aan een andere uitvoeringsorganisatie en die waren de papieren dan weer kwijt. De meest waanzinnige toestanden. Eigenlijk gaf de uitvoeringsorganisatie me geen toestemming om te werken, omdat die afhankelijk was van de uitslag van de keuring. Mijn belastbaarheid was nog altijd niet duidelijk.

Belangen

Feitelijk ben ik maar vier maanden thuis geweest, daarna heb ik mezelf gereïntegreerd bij de Werkgroep Integratie Gehandicapten (WIG), als notulist van het bestuur. Ik ontdekte hoeveel uur ik kon werken, door er tijdelijk onbetaald te werken. Ik zocht uit welke taken geschikt waren en kreeg zo een duidelijk idee op welke functies ik in de toekomst moest mikken. Mede door mijn eigen verleden zag ik dat belangen van gehandicapten goed behartigd moesten worden. En zoals dat bij mij gaat, in een mum van tijd had ik weer een vaste taak: het beleidsterrein reïntegratie. Ik zat in het platform arbeid en handicap, lette op hoe procedures uitgevoerd werden. We werkten nauw samen met de Belangenvereniging voor WAO-ers en richtten ons op collectieve belangenbehartiging. Maar ook dan zijn individuele signalen natuurlijk belangrijk. Ik maakte zelf van alles mee rond dat onderwerp en ik moest stimuleren dat alles ging zoals het zou moeten gaan.

Subsidie

Na een tijdje zag ik een leuke baan bij een adviesbureau voor ontwikkelingssamenwerking. Via de Wet Rea heb ik geregeld dat ik daar kon beginnen.

Men ontving me enthousiast, maar al tijdens het sollicitatiegesprek werd duidelijk dat de subsidie voor de werkgever een belangrijke drijfveer was. Ik werkte er pas een paar weken toen de werkgever al over uitbreiding van het aantal uren begon. Ook wilde hij mijn werkgebied uitbreiden met Duitsland. Maar ik kreeg steeds geen salaris. Toen ik hem vroeg hoe dat zat zei hij: 'Je valt onder de Rea, dus dat moet de USZO maar regelen.' Hij dacht dat hij me én geen salaris hoefde te betalen én vierentwintig duizend gulden subsidie kreeg. Daarbij kwam dat hij het niet nodig vond de arbeidsomstandigheden aan te passen aan mijn situatie.

Ik heb nog heel veel moeite moeten doen om over die zes weken dat ik daar gewerkt heb een uitkering te krijgen. Ik had immers betaald gewerkt. Na dit alles had ik mijn buik vol van alles wat maar met reïntegratie te maken had. Je krijgt zo veel klappen.

Balans

Ik belde mijn contactpersoon van de USZO, zei dat al die brieven me hartklachten bezorgden en stelde voor een afspraak te maken. 'Ik zal niet op alle slakken zout leggen en jullie doen al het mogelijke om de zaken beter te stroomlijnen,' was mijn belangrijkste verzoek. De man was verbaasd, ook opgelucht. Sinds die tijd gaat het administratief gezien beter en heb ik goede contacten met de verzekeringsarts. Mijn arbeidsgeschiktheidpercentage bedraagt inmiddels 45% tot 55%.

Intussen werk ik drie jaar betaald bij de WIG. Eerst in een WIW-baan, want ik wilde niets meer met de Rea te maken hebben. Binnen een half jaar stroomde ik door naar een reguliere betaalde baan. Ik heb een duobaan, samen met een collega coördineren we de activiteiten van de WIG. Ik houd me bezig met de personele en inhoudelijke zaken zoals voorlichting, beeld- vorming en empowerment. Alles rondom reïntegratie is nu ondergebracht bij de belangenvereniging voor WAO'ers. Zorgen voor de reïntegratie van personeelsleden van de WIG blijft natuurlijk wel mijn taak.

Toch ben ik nog niet klaar met mijn reïntegratie. Ondertussen is bij mij een derde chronische ziekte, een stofwisselingsziekte geconstateerd. Die ziekte is met medicatie goed te behandelen, maar beïnvloedt wel mijn andere ziektes. Een nieuwe balans vinden is lastig. Ondertussen is er weer veel onduidelijkheid. Wat is de invloed van deze nieuwe ziekte op mijn WAOpercentage? Wie betaalt de loonkosten voor de werkgever als ik uitval?

Vanmorgen belde er een juridisch medewerker van de USZO. 'Oh God, daar gaan we weer,' zeiden mijn collega en ik.

Keuze

Na mijn opleiding tot onderwijzeres heb ik de voortgezette opleiding 'Opbouwwerk en Maatschappelijk ondernemen' gedaan. Ook heb ik een aantal modules van de cursus 'Three in One' gevolgd. Dat was een goede leidraad. Die cursus ging over communicatie, energie en spirituele beelden. Ik leerde mijn bewuste en onbewuste blokkades ontdekken en mijn blokkades op lichaamsniveau.

Erg veel heb ik gehad aan de cursussen van Landmark. Ik heb het hele traject gevolgd, samen met mijn man en een van mijn zoons. De cursus heeft effect op mezelf, op mijn werk bij de WIG en op mijn directe omgeving. Belangrijk voor mezelf is de vraag hoe ik mijn energie inzet. Je kunt zaken bevechten of zaken samen realiseren. Je grondhouding speelt hier een belangrijke rol. Het maakt nogal wat uit of je denkt: ‘zie je wel, niemand houdt rekening met me’ of dat je denkt: ‘ik ben het waard als persoon dat mensen rekening met me houden’. Ik stuitte op bepaalde karaktertrekjes en valkuilen waar ik mijn hele leven al mee geconfronteerd word. Ik ontdekte ook dat ik mijn ziekte soms misbruik en daarmee voor mijn omgeving onduidelijk ben in wat ik wel en niet kan. Als mijn omgeving mij tegen mezelf in bescherming wil nemen, kan ik furieus worden.

De Landmark-methode biedt veel herkenning. Je denkt vaak dat je de enige bent die met iets worstelt en dan blijkt dat er zoveel mensen met hetzelfde zitten. Je bent met een grote groep en dat biedt veel uitwisselingsmogelijkheden. De methode dwingt je stappen te zetten, voor jezelf en naar anderen. Ik kon erg vastzitten in slechte en onduidelijke relaties, ook in mijn familie. Door samen de cursus bij Landmark te volgen, is de relatie met mijn partner verrijkt. Je kunt elkaar wijzen op de honderd excuses die je verzint om maar geen keuze te hoeven maken. Of dat je je verbergt achter ‘niet kunnen’, zielig zijn of ‘ze begrijpen me toch niet’. Bij iedere gebeurtenis kun je honderd dingen in je voordeel en honderd dingen in je nadeel verzinnen. Het gaat om de keuzes die je maakt.

Tribune

Veel mensen zitten op de tribune van hun eigen leven. Vanaf de tribune weten ze prima wat ze zouden moeten doen. Maar zodra ze tot actie over moeten gaan, kruipen ze nog dieper weg in hun catacomben.

Het eerste wat ik geleerd heb toen ik uit Afrika terugkwam, is dat je situaties niet kunt vergelijken. Toen ik drie maanden terug was, zat ik als opbouwwerker in een vergadering waar mensen elkaar in de haren vlogen over de aanpak van zwerfvuil. Drie maanden daarvoor zat ik nog te praten over zaken van leven en dood. Je krijgt een cultuurshock, je wilt roepen: 'Jongens, dit is toch peanuts!' Maar ik zag ook hoe het mensen bezighield, hoe ze er niet van sliepen. Je kunt wel vinden dat mensen hier van een mug een olifant maken, maar wat anderen van je denken of vinden is moeilijk te beïnvloeden: energie steken in wat je wel kunt beïnvloeden en veranderen is veel effectiever en kost ook minder energie. De basis is: respect voor elkaar, respect voor iemands standpunt, je houden aan afspraken en beloftes. Door respect voor je medemens te tonen en te laten zien waar je zelf staat, kun je zaken helder maken.

Mensen in Afrika zitten niet op de tribune van hun eigen leven. De basis waarop mensen leven is veel meer zichtbaar. Je kunt je daar niet verbergen achter luxe excuses zoals hier. Je hebt kinderen die moeten eten, je moet water halen, zorgen voor hout. Dat is ook een overlevingsmechanisme. Naarmate je minder hebt, kom je dichter bij de essentie, gaan allerlei franjes er af. Je kunt je pas druk maken over allerlei verhoudingen, zaken en tegenstellingen als de basis - eten en een dak boven je hoofd - geregeld is.

Avontuur

Vanaf het moment dat mijn eerste ziekte geconstateerd werd, zijn er altijd mensen en cursussen geweest die me stimuleerden. Ook mijn partner is een grote stimulans voor mij. Verder mijn vrienden en mijn tweelingzus - ook zij heeft suikerziekte - en allerlei mensen waarmee ik op verschillende vlakken van alles kan uitwisselen. Er komt altijd wel iemand op mijn pad.

Afhankelijk van hoe je als persoon bent, vind je voor problemen of keuzes waar je voor staat altijd wel iemand bij wie je terecht kunt. Het lijkt soms heel toevallig. Maar de drive komt ook en vooral uit mezelf. Leven is een avontuur, je weet niet wat op je pad komt, je leert er mee om te gaan. Ik heb geen vastomlijnd beeld hoe ik over tien jaar zal zijn. Ik wil bezig blijven, verder groeien als persoon, kwaliteiten op verschillende gebieden verder ontwikkelen en goede relaties onderhouden. Als mijn zoons zichzelf kunnen redden, willen we terug naar Afrika.

Ik wil zo geïnspireerd worden door wat ik doe, dat het me energie geeft en dat problemen en pijn op de achtergrond blijven. Dat is een leidraad in mijn leven. Belangrijk is ook dat ik inspiratie en motivatie blijf houden voor mijn werk. Voor ik naar Afrika ging, vond ik het moeilijk om niet vooruit te denken. In Afrika heb ik gezien dat je de toekomst niet kunt voorspellen. De laatste jaren - door de terugval van mijn lichamelijke gezondheid - dringt dat besef zich nog duidelijker op.

Grappig, onlangs ben ik bij een experimentele sollicitatie eerste geworden. Maar ik krijg de baan niet, omdat ze me te sterk vonden overkomen. Ze twijfelden eraan of ik wel in een ondergeschikte rol zou kunnen functioneren. Volgens mij is dat een terechte twijfel. Uitvoerend werk kost me te veel energie, ik wil toe naar werk in de voorwaardenscheppende sfeer: bedenken, begeleiden en de uitvoering aan anderen overlaten.

Waardevol

Een belangrijke inspiratiebron voor mij is het organiseren van avondwakes, herdenkingsdiensten voor overledenen die de volgende dag begraven worden. Ik bereid die samen met de familie voor en maak van alle overledenen een persoonlijke schets waarin zijn of haar belangrijkste kenmerken verwerkt zijn. Die lees ik dan voor. Er is muziek, er zijn passende gedichten en er worden zeven kaarsen aangestoken voor de verschillende levensfasen. In periodes van verlies en verdriet komen belangrijke zaken naar boven: wat heeft iemand van zijn leven gemaakt, wat waren kenmerken van deze persoon, hoe stond hij of zij in het leven en vooral wat betekende hij of zij voor een ander? Dat is leerzaam, inspirerend, ik zie dat ook hier elke keer weer.

Belangrijk is dat je de betrekkelijkheid van veel zaken inziet, dat je het waardevolle van het moment kunt zien en dat je kunt streven naar het haalbare. Ik kan wel willen dat ik helikopterpiloot word, maar dat is irreëel. Maar soms blijkt er ook meer mogelijk dan je gedacht had, dan denk je: ‘Die grens heb ik weer opgeschoven.’ Misschien ben ik een wereldverbeteraar, maar ik ben vooral een idealist die gelooft in het goede van iedere mens. Ik ben ook veerkrachtig: tegenslag biedt uitdagingen. Het Chinese teken voor problemen is hetzelfde als dat voor kansen. Als het erom gaat een probleem als een avontuur te zien, ben ik onverbeterlijk.